Interessant topic. Even een schot voor de boeg:
Is het niet de Geref. verbondsvisie - namelijk dat kinderen deel hebben aan het verbond omdat ze gelovige ouders hebben - niet de oorzaak van een probleem wat er misschien niet hoeft te zijn? (hmm, beetje cryptisch

)
Ik bedoel dit: als Jezus het avondmaal instelt gaat het over het (nieuwe) verbond:
Luk. 22:20
20 Evenzo de beker, na de maaltijd, zeggende: Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed, die voor u uitgegoten wordt.
Ik concludeer hieruit dat we mogen deelnemen aan het avondmaal als we deel hebben aan dit verbond. En wanneer is dat? Als we zeggen dat we deel krijgen aan het verbond door door de geboorte uit gelovige ouders, dan zitten we dus met dit probleem: mogen (kleine) kinderen aan het avondmaal? O.m. om deze reden is de belijdenis ingesteld.
Maar stel dat we pas deel krijgen aan het nieuwe verbond als we opnieuw geboren worden:
Jer 31:31-34
31 Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israël en het huis van Juda een
nieuw verbond sluiten zal. 32 Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. 33 Maar dít is het verbond, dat Ik met het huis van Israël sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN:
Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven, Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn. 34 Dan zullen zij niet meer een ieder zijn naaste en een ieder zijn broeder leren: Kent de HERE: want zij allen zullen Mij kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen, luidt het woord des HEREN, want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken.
Punt is hier wanneer heeft iemand die 'wet in zijn binnenste'? Ik denk als hij wedergeboren is. En hoe laat iemand zien dat hij wedergeboren is? Is de doop daar niet het getuigenis van?
Tit. 3:4-7
4 Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, 5 heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het
bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de heilige Geest, 6 die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, 7 opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens.
NB hier wordt verwezen naar het het uiterlijke kenmerk van een wedergeborene: zijn doop. Blijkbaar horen wedergeboorte en doop zo sterk bij elkaar.
Knee